slaagkans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaag·kans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slaagkans slaagkansen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slaagkans v/m

  1. de waarschijnschijnlijk dat iets zal lukken
    • 1 op 5 koppels ondervindt problemen met het op natuurlijke wijze zwanger worden. Dit komt vooral door milieuvervuiling en onze leefstijl. Zij hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van ei- en zaadcellen. Daarbij bevat de dagelijkse voeding onvoldoende van de juiste natuurlijke stoffen om daar weerstand tegen te bieden. Hierdoor daalt de kans op een natuurlijke zwangerschap en neemt de slaagkans bij IVF af.[1] 
  2. de kans dat men een examen haalt
    • De slaagkans voor wat betreft het eerste deel van het theorie-examen is bovendien nog steeds erg groot. Van de vijfentwintig vragen die je op het gebied van 'gevaarherkenning'krijgt, hoef je er maar dertien goed te hebben. Twáálf fouten mag[2] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 04 jan. 2016
  2. de Telegraaf JEROEN JONGENEEL | AUTOVISIE 29 jan. 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be