shine

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het middelenegels shinen, van het oudenegels scīnan
vervoeging
onbepaalde wijs to shine
he/she/it [[shines]]
verleden tijd [[shone, shined]]
voltooid
deelwoord
[[shone, shined]]
onvoltooid
deelwoord
[[shining]]
gebiedende wijs shine

Werkwoord

shine

  1. schijnen
  2. glimmen
  3. poetsen
enkelvoud meervoud
shine -

Zelfstandig naamwoord

shine

  1. glans
  2. poetsbeurt
Verwante begrippen