glanzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glan·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glanzen
glansde
geglansd
zwak -d volledig

Werkwoord

glanzen

  1. absoluut in zekere mate licht weerspiegelen of voortbrengen
    • De worstelaars wreven zich in met olie tot zij glansden. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

glanzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord glans
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.