glanzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glan·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glanzen
glansde
geglansd
zwak -d volledig

Werkwoord

glanzen

  1. (inergatief) in zekere mate licht weerspiegelen of voortbrengen
    De worstelaars wreven zich in met olie tot zij glansden.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

glanzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord glans
Synoniemen