schoffie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Pietje Bell het archetypische schoffie
Uitspraak
Woordafbreking
  • schof·fie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoffie schoffies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schoffie o

  1. een arme, jonge man met een licht criminele inslag
    • In Nederland breekt hij alle streamingrecords, maar rapper Boef heeft het ook op Vlaanderen gemunt. Hoe een schoffie met een strafblad op het schild gehesen wordt in hiphopmiddens? ‘Ik doe gewoon mijn ding, en nu zie ik iedereen in zijn onderbroek.’ [2] 
    • Als die dromen ook nog eens volkomen indruisen tegen de lokale mores van bier, bokslessen en opgekropte boosheid, wacht een 12-jarig schoffie een harde strijd om zich te ontrukken aan zijn groezelige geboortegrond. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. de Standaard ZATERDAG 22 APRIL 2017
  3. Tubantia 01-december-2014