schimp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schimp

Werkwoord

vervoeging van
schimpen

schimp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schimpen
    • Ik schimp. 
  2. gebiedende wijs van schimpen
    • Schimp! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schimpen
    • Schimp je? 

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be