schelen
Uiterlijk
- sche·len
- van Middelnederlands scelen, scillen "verschillen'", in de betekenis van ‘afwijken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1290 [1][2][3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schelen /'sxelə(n)/ |
scheelde /'sxeldə/ |
gescheeld /ɣə'sxelt/ |
| zwak -d | volledig | |
schelen
- een verschil maken
- Dat scheelt een slok op een borrel.
- ▸ Agnes en Frans zijn vreemde bondgenoten voor Jack Philips, maar dat kan hun waarschijnlijk niet schelen als het de gewenste wraak oplevert.[4]
- ▸ Ze kan nauwelijks ademhalen en voelt zich vreselijk alleen tussen al deze mannen, die het niet kan schelen of haar echtgenoot een eerlijk proces krijgt.[4]
de schelen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord scheel
- Het woord schelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "schelen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ schelen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "schelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %