schare

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·re
enkelvoud meervoud
naamwoord schare scharen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schare v/m

  1. een mensenmenigte
    Er stond een schare supporters voor de deur.

Werkwoord

vervoeging van
scharen

schare

  1. aanvoegende wijs van scharen
    Dit is het vaandel waarachter men zich schare.