uiteenvallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·een·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uiteenvallen
viel uiteen
uiteengevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

uiteenvallen

  1. ergatief het in stukken verdeeld raken van een groter geheel
    • Na de Eerste Wereldoorlog is Oostenrijk-Hongarije uiteengevallen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.