uiteenvallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·een·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uiteenvallen
viel uiteen
uiteengevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

uiteenvallen

  1. ergatief het in stukken verdeeld raken van een groter geheel en daardoor niet meer kunnen functioneren
    • Na de Eerste Wereldoorlog is Oostenrijk-Hongarije uiteengevallen. 
    • Aan de Twenterand Kanaalrace komt na 22 jaar een einde. Dat maakt het bestuur dinsdag bekend. Financiële problemen en het uiteenvallen van de werkgroep zijn de belangrijkste redenen.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Joost Dijkgraaf 10-04-18 Twenterand Kanaalrace stopt na 22 jaar