ballen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·len

Zelfstandig naamwoord

ballen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bal
  2. (figuurlijk) (vulgair) lef, branie, moed
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ballen
balde
gebald
zwak -d volledig

Werkwoord

ballen

  1. overgankelijk tot een bal tezamen doen
    • Hij balde zijn vuist van woede. 
  2. inergatief (vrij ongericht) met een bal spelen
    • Dan balden we nog wat verder naar één goaltje. 
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de vuist ballen
alle vingers van de hand buigen zodat de hand een bol vorm krijgt
•  Ook hij balde zijn rechtervuist, maar zijn linkerhand wees daarentegen onverbiddelijk naar de middenstip. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer: All-inclusive 2008
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Noors

Woordafbreking
  • bal·len
Naar frequentie 1689

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van ball

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van balle


Nynorsk

Woordafbreking
  • bal·len

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van ball

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van balle