ros

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Ros

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ros
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ros rosser rost
verbogen rosse rossere roste
partitief ros rossers -

Bijvoeglijk naamwoord

ros

  1. roodachtig
    Er is een rosse kleur in gebruikt.
  2. voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt
    De rosse buurt van Amsterdam is wereldberoemd.
enkelvoud meervoud
naamwoord ros rossen
verkleinwoord rosje rosjes

Zelfstandig naamwoord

ros o

  1. (verouderd) een rijpaard
    Het ros had zijn been gebroken.
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
rossen

ros

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rossen
    Ik ros.
  2. gebiedende wijs van rossen
    Ros!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rossen
    Ros je?

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Papiamento

Bijvoeglijk naamwoord

ros

  1. roze