ringvinger
Uiterlijk
- Geluid: ringvinger (hulp, bestand)
- IPA: / ˈrɪŋvɪŋər / (3 lettergrepen)
- ring·vin·ger
- samenstelling van ring zn en vinger zn , omdat deze vinger traditioneel gebruikt wordt voor het dragen van zegel- of trouwring
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ringvinger | ringvingers |
| verkleinwoord | ringvingertje | ringvingertjes |
de ringvinger m
- (anatomie) vierde vinger gerekend vanaf de duim, gelegen tussen de pink en de middelvinger, traditioneel bestemd voor het dragen van ringen
- De ringvinger
- Een bruidspaar met huwelijksring aan de ringvinger
1. vierde vinger gerekend vanaf de duim
|
- Het woord ringvinger staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ringvinger" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %