rimpel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rim·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord rimpel rimpels
verkleinwoord rimpeltje rimpeltjes

Zelfstandig naamwoord

rimpel m

  1. een oppervlakkige vouw of golving, in het bijzonder van de menselijke huid
    • Veel cosmetica worden gebruikt om rimpels te vermijden of te verdoezelen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
rimpelen

rimpel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rimpelen
    • Ik rimpel. 
  2. gebiedende wijs van rimpelen
    • Rimpel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rimpelen
    • Rimpel je? 

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.