ride

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ride
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

ride m

  1. (alleen in vaste verbindingen) verder rijden, niet blijven parkeren
Uitdrukkingen en gezegden
Opmerkingen
  • Op zichzelf is 'ride' geen Nederlands woord, maar het is deel van vaste verbindingen die wel tot het Nederlands behoren. Het komt ook voor in samenstellingen als freeride en joyriding die als geheel zijn ontleend.

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to ride
he/she/it rides
verleden tijd rode
voltooid
deelwoord
ridden
onvoltooid
deelwoord
riding
gebiedende wijs ride

Werkwoord

ride

  1. berijden, rijden
enkelvoud meervoud
ride rides

Zelfstandig naamwoord

ride

  1. rit