rimpelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rim·pe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van rimpel met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rimpelen
rimpelde
gerimpeld
zwak -d volledig

Werkwoord

rimpelen

  1. plooien of golven in het oppervlak vormen
    • Het stille water van de poel rimpelde door de plotselinge windvlaag. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie