rijkskanselier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rijks·kan·se·lier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rijkskanselier rijkskanselieren
rijkskanseliers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rijkskanselier m [1]

  1. hoogste regeringsambtenaar
  2. (politiek) (geschiedenis) tussen 1871 en 1946 de titel van het hoofd van de Duitse regering
    • Na de zelfmoord van Hitler en Eva Braun hielp Bormann de lichamen mee naar buiten te brengen en ze met benzine te overgieten. Terug in de bunker besloot Bormann, met medeweten van de nieuwe rijkskanselier Goebbels, te onderhandelen met de Sovjettroepen. Na de capitulatie zou hij een pro-Sovjetregering aan de macht helpen en daarin zelf een belangrijke rol spelen.(!) 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen