reparateur
Uiterlijk
- Geluid: reparateur (hulp, bestand)
- IPA: / ˌreparaˈtør / (4 lettergrepen)
- re·pa·ra·teur
- Naamwoord van handeling van repareren met het achtervoegsel -ateur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reparateur | reparateurs |
| verkleinwoord | reparateurtje | reparateurtjes |
de reparateur m
- (beroep) iemand die repareert, een hersteller (van machines, apparaten e.d)
- mannelijke vorm van reparatrice
- Het woord reparateur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "reparateur" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ateur in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 91 %