godsdienstig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gods·dien·stig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen godsdienstig godsdienstiger godsdienstigst
verbogen godsdienstige godsdienstigere godsdienstigste
partitief godsdienstigs godsdienstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

godsdienstig

  1. (religie) zich op het religieuze richtend
    • Hij is na die ervaring een stuk godsdienstiger geworden. 
  2. op de godsdienst betrekking hebbend
    • Zelfs de koning woonde deze godsdienstige plechtigheid bij. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.