clean

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • clean
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen clean cleaner cleanst
verbogen cleane cleanere cleanste
partitief cleans cleaners -

Bijvoeglijk naamwoord

clean

  1. modern, strak
    Hij werkt in een heel clean wit kantoor zonder frutsels.
  2. geen drugs meer gebruikend
    De junk zei dat hij al weken clean was, maar het urineonderzoek toonde aan dat hij loog.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
clean cleaner cleanest

Bijvoeglijk naamwoord

clean

  1. schoon
  2. zindelijk
  3. fatsoenlijk
  4. zuiver
vervoeging
onbepaalde wijs to clean
he/she/it cleans
verleden tijd cleaned
voltooid
deelwoord
cleaned
onvoltooid
deelwoord
cleaning
gebiedende wijs clean

Werkwoord

clean

  1. schoonmaken