Naar inhoud springen

regeren

Uit WikiWoordenboek
  • re·ge·ren
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1322 [1]
  • afgeleid van het Franse régir (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
regeren
regeerde
geregeerd
zwak -d volledig

regeren

  1. overgankelijk (regering) (politiek) het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht
    • “Wat in Nederland is gebeurd is een deel van een breder patroon: een deconfiture van de westerse democratie. Formeren duurt steeds langer, regeren duurt steeds korter en in die korte periode maken ze ruzie.”[4] 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]