regeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ge·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
regeren
regeerde
geregeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

regeren

  1. (overgankelijk) (politiek) het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht
Vertalingen