consult

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·sult
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘raad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1799 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord consult consulten
verkleinwoord consultje consultjes

Zelfstandig naamwoord

consult o

  1. (medisch) (juridisch) een adviesgesprek met een arts of rechtsgeleerde
    • Hij ging naar het consult dat hij had afgesproken met de arts. 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to consult
he/she/it consults
verleden tijd consulted
voltooid
deelwoord
consulted
onvoltooid
deelwoord
consulting
gebiedende wijs consult

Werkwoord

consult

  1. raadplegen