plakkaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plak·kaat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plakkaat plakkaten
verkleinwoord plakkaatje plakkaatjes

Zelfstandig naamwoord

plakkaat o [2]

  1. aanplakbiljet, affiche, poster
  2. (geschiedenis) officiële bekendmaking van de overheid
    de plakkaten van Filips II waren erop gericht het protestantisme met wortel en tak uit te roeien.
  3. vlek, klodder
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal