aanplakbiljet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·plak·bil·jet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanplakbiljet aanplakbiljetten
verkleinwoord aanplakbiljetje aanplakbiljetjes

Zelfstandig naamwoord

aanplakbiljet o

  1. affiche
    • De plakkers van aanplakbiljetten worden aangepakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie