plaatsvinden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaats·vin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plaatsvinden


vond plaats


plaatsgevonden


klasse 3 volledig

Werkwoord

plaatsvinden

  1. gebeuren, geschieden, plaatshebben
    De werkzaamheden zullen vooral in de zomer plaatsvinden.
Vertalingen