ocurrir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • o·cu·rrir

Werkwoord

ocurrir

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ocurrir
ocurría
ocurrido
volledig
  1. (onovergankelijk) voorvallen, geschieden, plaatsvinden, gebeuren, voorkomen
Synoniemen