pk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pk
enkelvoud meervoud
naamwoord pk pk's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pk v/m

  1. (afkorting) paardenkracht

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /pæːrskrɑx/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

pk m/v

  1. (afkorting) paardenkracht.
Verbuiging
Synoniemen