pk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pk
enkelvoud meervoud
naamwoord pk pk's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pk v/m

  1. (afkorting) paardenkracht

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /pæːrskrɑx/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

pk m/v

  1. (afkorting) paardenkracht.
Verbuiging
Synoniemen