pion

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een pion (van een schaakspel).

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • pi·on
Woordherkomst en -opbouw
m enkelvoud meervoud
naamwoord pion pionnen
pions
verkleinwoord pionnetje pionnetjes
o enkelvoud meervoud
naamwoord pion pionen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pión m

  1. (schaak) een schaakstuk dat alleen recht vooruit kan lopen en schuin vooruit slaan.
    • Hij schoof zijn pion naar voren om de koning schaak te zetten. 
  2. (Zuid-Nederlands) pylon

píon o

  1. (natuurkunde) een subatomair deeltje dat bestaat uit twee quarks en dus een boson is.
    • Pionen komt in drie varianten voor: +, - en ongeladen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl