opgesloten
Uiterlijk
- Geluid: opgesloten (hulp, bestand)
- op·ge·slo·ten
- vervoeging van opsluiten: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van op bw en gesloten ww
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | opgesloten |
| verbogen | - |
opgesloten
- geïsoleerd van de buitenwereld
- Hij zit opgesloten in een cel.
- ▸ En toch was het Joegoslavië van mijn jeugd een modern land met een vergelijkbaar voorzieningenniveau als hier Wij konden vrij reizen, want we zaten niet opgesloten achter de Muur; zoals die arme zielen in het Oostblok.[1]
opgesloten
- geïsoleerd van de buitenwereld
| vervoeging van: | opsluiten… |
| verbogen vorm: | opgeslotene |
opgesloten
- voltooid deelwoord van opsluiten
- Het woord opgesloten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opgesloten" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ Herzen, FrankDe zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 114
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %