opschepperij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·schep·pe·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opschepperij opschepperijen
verkleinwoord opschepperijtje opschepperijtjes

Zelfstandig naamwoord

opschepperij v

  1. je beter voordoen dan je eigenlijk bent
    • Al zijn geweldige praatjes waren niets meer dan opschepperij. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.