opschepperijtje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·schep·pe·rij·tje

Zelfstandig naamwoord

opschepperijtje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord opschepperij