zwetserij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwet·se·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwetserij zwetserijen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwetserij v

  1. het gedrag van een zwetser
    • Die zwetserij van hem hangt me al lang de keel uit. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.