oogring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

rode oogring
Uitspraak
Woordafbreking
  • oog·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oogring oogringen
verkleinwoord oogringetje oogringetjes

Zelfstandig naamwoord

oogring m [1]

  1. opvallend anders gekleurde ring (veren) rond de ogen van een vogel
    • De graspieper is klein, gestreept en heeft een dunne snavel. Witte buitenste staartpennen. Flanken zwaar gestreept; hier is de gelijkende boompieper heel dun gestreept. Geen oogstreep, opvallende oogring. Roep en zang verschilt sterk met die van boompieper. [2] 
    • De kauw is een van de kleinste kraaiachtigen. Kenmerkend zijn de grijze zijhals en lichtgrijsgroene oogring. Kauwen komen meestal in grote groepen voor en op diverse plaatsen zorgen ze voor overlast. Het voedsel bestaat uit insecten, maar ook zaden, granen, broodkruimels en etensafval lust de kauw graag. [3] 
Synoniemen


71 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.


Verwijzingen