oogring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

2. Een rode oogring.
Uitspraak
Woordafbreking
  • oog·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oogring oogringen
verkleinwoord oogringetje oogringetjes

Zelfstandig naamwoord

oogring m

  1. opvallend anders gekleurde ronde rand om de ogen van gewervelde dieren
     Een soortgelijke oogring wordt ook bij alle wildkleurige konijnen gevonden, al is er verschil in sterkte van kleur bij de dieren onderling.[2]
  2. (pregnant) opvallend anders gekleurde ring (veren) rond de ogen van een vogel
     De graspieper is klein, gestreept en heeft een dunne snavel. Witte buitenste staartpennen. Flanken zwaar gestreept; hier is de gelijkende boompieper heel dun gestreept. Geen oogstreep, opvallende oogring. Roep en zang verschilt sterk met die van boompieper.[3]
     De kauw is een van de kleinste kraaiachtigen. Kenmerkend zijn de grijze zijhals en lichtgrijsgroene oogring. Kauwen komen meestal in grote groepen voor en op diverse plaatsen zorgen ze voor overlast. Het voedsel bestaat uit insecten, maar ook zaden, granen, broodkruimels en etensafval lust de kauw graag.[4]
  3. (zoötomie) rand van botjes of kraakbeen rondom de oogbol bij reptielen en vogels
     Sommige dinosaurussen waren nachtdieren. Dat blijkt uit de grootte van de ring van kraakbeen of bot rond hun oogwit. In nachtactieve dieren is deze ring wijder, zodat er meer licht op hun netvlies valt. Onderzoekers hebben de oogringen van 33 verschillende dinosaurussen bestudeerd.[5]
  4. (anatomie) (verouderd) gekleurde deel van de oogbol rondom de pupil
      Het oog, namelijk de oogappel, heeft onderscheidene kleuren. Het zwart in de oogen is zwart. De zich om hetzelve bevindende oogring is gekleurd, hetzij graauw, of bruin, of blaauw, of zwart, of gespikkeld. Hierom spreekt men van graauwe , blaauwe, bruine en zwarte oogen. De overige deelen des oogappels zijn wit - het wit der oogen.[6]
  5. (optica) afbeelding zoals het objectief van een verrekijker die vormt op een daarachter geplaatst schermpje
     Men kan dan ook achter het oculair een scherp beeldje van het objectief op een scherm opvangen. De omtrek van dit beeldje wordt de oogring genoemd.[7]
     Dan toch wordt de oogring kleiner, als men hetzelfde objectief gebruikt.[8]
  6. (techniek) cirkelvormig stuk metaal om vast te maken aan een vlak, kabel of staaf zodat die met een haak of schroef aan een ander voorwerp kan worden bevestigd
     Zo bevestig je een schaduwdoek heel eenvoudig tegen een muur met een plaatje. Deze plaat is voorzien van een oogring waarmee je het touw of het haakje van het schaduwdoek vast kunt maken.[9]
     Aan de onderst oogring wordt een stuk nylon geknoopt dat zwakker is dan de hoofdlijn, maar dat sterk genoeg is om het werpen met het vereiste loodgewicht te kunnen verdragen.[10]
Synoniemen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[11]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron X.X. Konijnenteelt in: Nieuwsblad van Friesland : Op en om de boerderij, jrg. 63 nr. 63; bijblad: nr. 22 (27 mei 1936), J. Hepkema, Heerenveen, p. 11 (bijblad p. 4) kol. 1
  3. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron “Graspieper meest gezien tijdens trekvogelte[l]dag” (10 januari 2017) op tubantia.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron Ruurd Walinga “Soap in kauwenland” (16 augustus 2010) op rd.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 27 november 2021 Weblink bron “Kortkolom Wetenschap” (18 april 2011) op nrc.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron Wagner & Diesterweg “Leer- en leesboek over God en den mensch, natuur en kunst. Deel 2” (1844), J. Oomkens, Groningen, p. 14 op Delpher op Wikipedia
  7. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron Victor August Julius “Leerboek der natuurkunde. Deel 2”, 2e druk (1891), KMA, Breda, p. 475
  8. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron G.J.D. Mounier Iets over den astronomischen kijker en zijn gebruik door liefhebbers. in: De Natuur, jrg. 13 nr. 4 (15 april 1863), J.G. Broese, Utrecht, p. 104 kol. 1
  9. Bronlink geraadpleegd op 27 november 2021 Weblink bron Gearchiveerde versie “Bevestigingsmateriaal” op tuinmeubelen.nl
  10. Bronlink geraadpleegd op 29 november 2021 Weblink bron Kabeljauw komt weer op de kust : Elk mei graech ris fiskje..... in: Leeuwarder Courant op Wikipedia (8 oktober 1976), Stichting Leeuwarder Courant 1947, Leeuwarden
  11. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be