onttrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
onttrekken onttrekkend
onttrekking onttrokken
Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onttrekken
/ɔntrɛkə(n)/
onttrok
/ɔn'trɔk/
onttrokken
/ɔn'trɔkə(n)/
klasse 3 volledig

Werkwoord

onttrekken

  1. (overgankelijk) een bijdrage of deel ergens uit verwijderen
    Hij onttrok zijn steun aan de onderneming.
Verwante begrippen
Vertalingen