ontmantelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·man·te·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van mantel met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmantelen
ontmantelde
ontmanteld
zwak -d volledig

Werkwoord

ontmantelen

  1. overgankelijk een geheel dusdanig in delen uiteennemen dat het niet meer als geheel functioneert
    De bezetter ontmantelde het gehele havenbedrijf.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.