onderbreking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·bre·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderbreking onderbrekingen
verkleinwoord onderbrekinkje onderbrekinkjes

Zelfstandig naamwoord

onderbreking v

  1. een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
    Een onderbreking verstoorde de vergadering.
  2. een kort ophouden van bezigheden als pauze
    Het toneel herbegon na een korte onderbreking tijdens dewelke velen naar het toilet gingen.
Vertalingen