onderbreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·bre·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderbreken
onderbrak
onderbroken
klasse 4 volledig

Werkwoord

onderbreken

  1. (overgankelijk) actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen
    De voorzitter onderbrak de verhitte discussie met een verwijzing naar de beperkte tijd die beschikbaar was.
Synoniemen
Vertalingen