onderbreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·bre·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderbreken
onderbrak
onderbroken
klasse 4 volledig

Werkwoord

onderbreken

  1. overgankelijk actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen
    • De voorzitter onderbrak de verhitte discussie met een verwijzing naar de beperkte tijd die beschikbaar was. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.