taalgebruik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·ge·bruik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taalgebruik taalgebruiken
verkleinwoord taalgebruikje taalgebruikjes

Zelfstandig naamwoord

taalgebruik o

  1. de manier waarop een taal wordt gebruikt b.v. vulgair, informeel, ongemarkeerd, formeel of archaïsch
    • Het geheim van dit lied is dus het taalgebruik van Maaike Ouboter, noem het Ouboteriaans, maar natuurlijk ook de manier waarop ze het zingt. Technisch niet eens perfect, dat geeft ze zelf ook toe, maar wel met een intensiteit en bezieling dat het lijkt alsof ze zelf even de engel wordt waarvan ze heeft gedroomd. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Spits, Frits De Standaards van Spits [2015] ISBN 978-90-245-6871-0 pagina 363