noodzakelijkerwijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·za·ke·lij·ker·wijs
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

noodzakelijkerwijs

  1. te wijten aan de noodzaak, noodgedwongen
    • De tijd dat de ondernemer zich noodzakelijkerwijs moest verdiepen in allerlei ICT-zaken is voorbij. 
  2. door de wetten van de logica afgedwongen, onvermijdelijk
    • Na bliksem volgt noodzakelijkerwijs donder. 

Gangbaarheid