morose

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

portret van een morose man
Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ro·se
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen morose moroser
verbogen morosere
partitief moroses morosers -

Bijvoeglijk naamwoord

morose

  1. van een persoon dat deze somber en wat bozig is
    • We gingen aan de slootkant zitten, onder de parasol. Om kwart over vier liepen twee mannen aan, de leptosoom (Max geheten) en een jongere gast een kop kleiner. Met een morose gezichtsuitdrukking en een grafstem maakte deze zich bekend als Herman. Hij had de torso en de armen van een gewichtheffer, vol tatoeages. [2] 
    • Met morose trekken en ongeduldige vingers begon Jean-Luc aan een van de uiteinden van het pakpapier te frunniken en probeerde het te scheuren, maar dat gaf blijkbaar niet zo makkelijk mee. Hij vloekte en bloosde. [3] 
    • Vier sterren voor de uitvoering. Alleen: het voelt niet goed. Wij werden er thuis collectief morose van. De Welcome is apparatus non grata verklaard en zit weer in de doos.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. morose op website: Etymologiebank.nl
  2. Valens, Anton Het compostcirculatieplan [2016] ISBN 978-90-254-4685-7 pagina 157
  3. Valens, Anton Het boek ont [2012] ISBN 978-90-457-0473-9 pagina 254
  4. Volkskrant Bard van de Weijer 29 december 2015