chagrijnig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·grij·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen chagrijnig chagrijniger chagrijnigst
verbogen chagrijnige chagrijnigere chagrijnigste
partitief chagrijnigs chagrijnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

chagrijnig

  1. in slechte stemming, slecht gehumeurd, snel boos
    • In de file wordt hij altijd chagrijnig. 
    • Hij was door kiespijn heel chagrijnig. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen