mesjogge

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·sjog·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘Bargoens: gek’ voor het eerst aangetroffen in 1903 [1]
  • Herkomst: Jiddisj [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mesjogge mesjogger mesjoggest
verbogen - mesjoggere mesjoggeste
partitief mesjogges mesjoggers -

Bijvoeglijk naamwoord

mesjogge [4]

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (informeel) gek, krankzinnig, dwaas, gestoord, maf, lijp
    • Ben je helemaal mesjogge? 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen