meren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meren
meerde
gemeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

meren [2] [3]

  1. (scheepvaart) overgankelijk aan de wal vastleggen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

meren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord meer


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal