melisse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

melisse
Uitspraak
Woordafbreking
  • me·lis·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1543 [1]
  • naar citroen geurende plant [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord melisse
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

melisse v/m [3]

  1. (plantkunde) geneeskrachtige plant waarvan de bloemen veel nectar bevatten en ruikt naar citroen
    • De droom is er een van geurende perken, waarin het sappig groen van peterselie, dille, dragon en basilicum zich vermengt met bloeiende tijm, rode zonnehoed en koriander. Zo’n tuin waarin je een opwekkend drankje van mint en citroenmelisse bij elkaar plukt, en die je verse venkelthee tegen darmkrampen schenkt.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen