marconist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·co·nist
Woordherkomst en -opbouw
  • eponiem: van Italiaans marconista; op te vatten als afleiding van de naam van de Italiaanse natuurkundige en uitvinder Marconi op Wikipedia (nl) met het achtervoegsel -ist, in de betekenis van ‘radiotelegrafist’ voor het eerst aangetroffen in 1914 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord marconist marconisten
verkleinwoord marconistje marconistjes

Zelfstandig naamwoord

marconist m

  1. (beroep), (telecommunicatie) een persoon die is opgeleid in het zenden en ontvangen van morsecodesignalen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen