mano

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   mano     manoj  
accusatief   manon     manojn  

Zelfstandig naamwoord

mano

  1. (anatomie) hand


Italiaans

enkelvoud meervoud
mano mani

Zelfstandig naamwoord

mano v

  1. (anatomie) hand


Litouws

Bezittelijk voornaamwoord

mano

  1. mijn


Spaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈma.no/
Woordafbreking
  • ma·no
enkelvoud meervoud
mano manos

Zelfstandig naamwoord

mano v

  1. (anatomie) hand

Werkwoord

vervoeging van
manar

mano

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van manar