mailbox

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mail·box
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mailbox mailboxen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mailbox m

  1. (informatica) plaats in een computernetwerk waar je e-mailberichten kan ontvangen en bewaren
    • Er is een mogelijkheid om gratis een boek in huis te halen: Door je e-mailadres te sturen, ontvang je elke dag enkele hoofdstukken van een boek in je mailbox. [1]
    • Dankzij de Mailbox (postbus) kunnen gemeenten elkaar a la minute inlichten over bijvoorbeeld wijzigingen in de waterhuishouding die voor een grote regio van belang zijn. Of om kennis te geven van milieu-kwesties, zoals toename van luchtverontreiniging. [2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
mailbox mailboxes

Zelfstandig naamwoord

mailbox

  1. brievenbus
  2. (informatica) mailbox
Overerving en ontlening