brievenbus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1] Een brievenbus.
[2] Een brievenbus.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brie·ven·bus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brievenbus brievenbussen
verkleinwoord brievenbusje brievenbusjes

Zelfstandig naamwoord

brievenbus m

  1. een bus aan de openbare straat of in het postkantoor waarin post gedeponeerd kan worden
    • We gaan eens even onze brievenbus lichten. 
  2. een opening in de voordeur of een bus aan de voorkant van het huis voor de post
    • O, ik hoor net een brief door onze brievenbus vallen. 
  3. (volleybal) ruimte die ontstaat tussen het net en het blok van de verdedigende ploeg wanneer deze de handen te ver van het net positioneert
    • Servië scoorde meteen een punt door de bal bij Brazilië in de brievenbus te slaan. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie