lunes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Aragonees

Uitspraak
  • IPA: /ˈlunes/

Zelfstandig naamwoord

lunes m

  1. maandag


Dagen in het Aragonees
lunes
maandag
martes
dinsdag
miércols
woensdag
chuebes
donderdag
biernes
vrijdag
sabado
zaterdag
domingo
zondag



Ladino

Zelfstandig naamwoord

lunes m

  1. maandag


Dagen in het Ladino
Traditioneel:
Israëlisch:
Turks:

lunes
lunes
lunes
maandag
martes
martes
martes
dinsdag
miercoles
mierkoles
mierkoles
woensdag
jueves
djueves, djugeves
cueves
donderdag
viernes
viernes
viernes
vrijdag
xabbat
shabat
şabat
zaterdag
alhad
alhad
alhad
zondag



Spaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈlunes/
enkelvoud meervoud
lunes lunes

Zelfstandig naamwoord

lunes m

  1. maandag


Dagen in het Spaans
lunes
maandag
martes
dinsdag
miércoles
woensdag
jueves
donderdag
viernes
vrijdag
sábado
zaterdag
domingo
zondag