louche

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lou·che
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen louche loucher louchest
verbogen - louchere loucheste
partitief louches louchers -

Bijvoeglijk naamwoord

louche

  1. onguur, verdacht, met een slechte reputatie
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.