lokale

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ka·le

Bijvoeglijk naamwoord

lokale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van lokaal


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ka·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse woord local, dat van het Latijnse bijvoeglijke naamwoord localis afgeleid is, dat weer van het Latijnse zelfstandige naamwoord locus komt

Bijvoeglijk naamwoord

lokale, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van lokal

lokale, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van lokal
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lokale     lokalet     lokaler     lokalerne  
genitief   lokales     lokalets     lokalers     lokalernes  

Zelfstandig naamwoord

lokale

  1. locaal, lokaal
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Noors

Woordafbreking
  • lo·ka·le
Naar frequentie 2815

Bijvoeglijk naamwoord

lokale, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van lokal

lokale, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van lokal


Nynorsk

Woordafbreking
  • lo·ka·le

Bijvoeglijk naamwoord

lokale, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van lokal

lokale, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van lokal