linde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·de
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘boomsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1101 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord linde linden
verkleinwoord lindetje lindetjes

Zelfstandig naamwoord

linde v/m

  1. bepaalde loofboomsoort
    • Er zaten mensen onder de linde te picknicken. 
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

Zelfstandig naamwoord

linde g mv

  1. onbepaald meervoud van lind


Italiaans

Bijvoeglijk naamwoord

linde v mv

  1. vrouwelijk meervoud van lindo


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
lindar

linde

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van lindar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van lindar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van lindar